Cargill bestaat al meer dan 152 jaren en in die tijd is het uitgegroeid tot een voedselgigant met een omzet van meer dan $ 100 miljard. In die meer dan 150 jaar is de manier van werken niet fundamenteel veranderd, alleen de volumes zijn wat groter geworden. Vandaag de dag verwerkt het bedrijf tientallen miljoenen tonnen aan vlees, granen en andere gewassen. Voor verkoop en distributie van die ontzagwekkende hoeveelheden heeft het een wereldomspannend netwerk van havens en silo’s opgebouwd. Hiermee onderscheidt het zich van de concurrentie als Archer Daniels Midland.
Om al die silo’s waar ook ter wereld vol te krijgen en te houden, maakte Cargill in de planttijd afspraken met boeren en sprak het eventuele financiering af. Was de oogst van het veld, dan verdween die in de silo’s van Cargill. Op het juiste moment ging Cargill met zijn voorraden de markt op om die tegen een aangename prijs aan de man te brengen.

Bij Cargill denken ze dat deze oude en vertrouwde manier van werken zijn langste tijd gehad heeft. Trouwens, die mening is ook de concurrentie toegedaan. Dankzij zijn wereldomspannend netwerk heeft Cargill een grote kennis opgebouwd van de internationale markten voor soft commodities. Dankzij die grote kennis kond het bedrijf de boeren aan zich verplichten en de concurrentie op afstand houden. Die kennisvoorsprong is aan het slinken en dat niet alleen. Boerderijen zijn in veel delen van de wereld groter geroeid en die schaal stelt boeren instaat zich te ontworstelen aan het juk van Cargill en zijn concurrenten. Die grote boeren zijn vandaag de dag in staat om zelf hun producten tegen lage kosten op te slaan en op het voor hen gewenste ogenblik aan de markt aan te bieden. Ze trekken er ook meer en meer profijt van dat allerhande data op het gebied van prijzen, weer, opbrengsten en handelsverkeer tegen sterk gedaalde prijzen aan te schaffen. De handelaar dreigt aldus zijn rol als intermediair kwijt te raken. Bedrijfsresultaten onderbouwen die vrees.

Goede raad is duur, maar bij Cargill denken ze dat ze de sleutel naar een nieuwe toekomst al in huis hebben. Het bedrijf heeft in zijn bestaan van meer dan 150 jaar dankzij zijn wereldomspannend netwerk een ontzagwekkende hoeveelheid data in eigen keuken opgeslagen. Dat varieert van het in kaart brengen van scheepsbewegingen tot het herkennen van het geluid van etende garnalen. De kunst is om al die voorhanden data te ontleden en de aldus vrijgekomen kennis te gelde te maken. Hoe dat kan? Door grotelijks in te zetten op kunstmatige intelligentie en machine learning. Dankzij deze nieuwe technieken moet Cargill een meerwaarde voor zijn klanten ontwikkelen als het gaat om het kiezen van de juiste vaarroutes, of het superieur ontleden van satellietbeelden om zo de gezondheid van het gewas vast te stellen. Het ontleden van het geluid van etende garnalen moet visboerderijen op het juiste moment vertellen bij te voeren of niet. Cargill doet in visvoer! Kunstmatige intelligentie kan misschien de handelaar ook helpen beter de futuresmarkt te bespelen! Kunstmatige intelligentie kan d handelaar helpen beter en sneller vast te stellen welke ontwikkelingen en gebeurtenissen de markt zullen raken. Die kennis kan de kwaliteit van de beslissing verhogen.

Investeringen in technologie leveren niet automatisch het gewenste resultaat. Ook dat weten ze bij Cargill. Nog in 2015 moest het bedrijf $ 170 miljoen afschrijven op een investering in een nieuw planningssysteem. Daar heeft het lering uitgetrokken. Niet alles hoeft binnenskamers uitgedokterd en ontwikkeld worden. Kennis mag ook van buiten binnengehaald worden in de vorm van bijvoorbeeld partnerships. Als het om kunstmatige intelligentie en machine learning gaat, doet Cargill een beroep op de platforms van Google.

Cor Wijtvliet
is hoofd research bij ER Capital Vermogensbeheer in Rotterdam, www.ercapital.nl