Sinds de speech van president Mario Draghi van de Europese Centrale Bank in Sintra eind juni zijn de rentes hard opgelopen. Beleggers anticiperen daarmee op een krapper monetair beleid, met hogere beleidsrentes en het afbouwen van opkoopprogramma's (QE). Is dit een keerpunt voor centrale banken en komt er een einde aan de stortvloed aan goedkoop geld, of zullen zij toch nog gedwongen worden op hun schreden terug te keren?
Mary Pieterse-Bloem, wereldwijd hoofd strategie vastrentende waarden en portfoliomanagement bij ABN Amro:

'Ik denk dat dit een keerpunt is. Centrale banken slaan gecoördineerd een andere toon aan, net zoals we ze in het verleden samen hebben zien optreden. Niet alleen de Amerikaanse centrale bank is bezig met renteverhogingen, ook de Bank of England, Zweden en Canada hebben de rente al verhoogd. De ECB is daar nog lang niet aan toe, maar heeft al wel gesignaleerd dat de inflatie op een gegeven moment zal stijgen. De inflatiedoelstelling die centrale banken hebben brengt ze in een lastig parket. Het is moeilijk te verantwoorden dat ze de beleidsrente verhogen terwijl de inflatie zo laag is. Ze zullen ook heel gradueel moeten optreden om niet de economische groei beschadigen en de reactie op de obligatiemarkt te managen.
We constateren nu dat er een beweging is van het rente-instrument naar ‘tapering’, dus het afbouwen van opkoopprogramma's. Dat is slim omdat ‘tapering’ niet zo sterk gekoppeld is aan de inflatiedoelstelling. Daardoor kunnen ze zeggen dat de balansen waren vergroot voor een uitzonderlijke situatie en die er nu niet meer is. En het effect voor de financiële condities is hetzelfde.
Wij adviseren klanten daarom obligaties te onderwegen, te kiezen voor een kortere looptijd dan de benchmark. Zoek vooral groeigevoelige obligaties op als bedrijfsobligaties en hoogrenderende obligaties.'
Roelof Salomons, hoofd beleggingsstrategie Kempen Capital Management:

'Ja, de snoeppot wordt langzaam leeggehaald, maar af en toe moeten centrale banken een snoepje teruggeven. Markten en centrale banken hebben elkaar gegijzeld en moeten ervoor zorgen dat het geen Hotel California wordt.
QE heeft voor inflatie gezorgd, maar alleen in prijzen van effecten. Balansen zijn nog steeds opgerekt. En zonder inflatie verdwijnt de schuldenberg niet. Centrale banken moeten dus heel voorzichtig opereren want anders raken de financiële markten in paniek.
Mijn grootste zorg is dat centrale banken te hard van stapel gaan lopen. Zij moeten eigenlijk 'behind the curve' blijven. Voor de economie maakt het echt niets uit of de rente nu een kwart procent of vijftig basispunten hoger staat. Voor markten wel.
De Fed stelt nog drie keer de rente te willen verhogen tot en met 2018 en de markt gelooft daar helemaal niets van. De markten gaan dit winnen. De Fed zal ze tegemoet komen. De cyclus is al heel oud, maar er is nog steeds geen inflatie. De markt zegt: de noodverbanden kunnen eraf, maar alsjeblieft niet te snel.
Centrale banken hebben het goed gedaan. Maar omdat zij ook veel hebben gedaan aan verwachtingsmanagement zijn markten wel gevoelig geworden. Maar zo lang zij voorzichtig blijven opereren en communiceren en de kosten van kapitaal lager zijn dan de rendementen daarop moet je als belegger gewoon risico nemen. Maar reken wel op meer volatiliteit.'
Kommer van Trigt, fondsbeheerder bij Robeco Asset Management:

'De kans dat centrale banken op hun schreden moeten terugkeren is klein, net als de kans dat zij op korte termijn het opkoopbedrag voor de QE-programma's moeten verhogen. Het is een hele andere situatie dan bij ECB-president Trichet in 2011, de voorganger van Mario Draghi. Hij hield te veel vast aan de inflatiedoelstelling en moest kort nadat hij de rente twee keer had verhoogd, de rente weer verlagen.
Centrale banken als de ECB en de Fed zijn zich ervan bewust dat de economische situatie niet zo fragiel is als toen. De groei is nu beter en wordt veel breder gedragen zowel in landen als sectoren. Maar de inflatieontwikkeling is teleurstellend. Je kunt zeggen dat QE zijn werk gedaan heeft wat betreft economische groei en het ondersteunen van financiële markten. Alleen niet waar het voor bedoeld was.
Draghi heeft in Sintra wel gezegd dat hij er vertrouwen in heeft, maar hij is heel voorzichtig. Het zou een beleidsfout zijn als ze agressief zouden gaan afbouwen, maar dat zien we niet. Dit is geen gamechanger.
Wij hebben een uitgesproken voorkeur voor Amerikaanse staatsobligaties boven Duitse, maar dan wel met het valutarisico afgedekt. Daardoor gaat het alleen om de spread, het relatieve verschil tussen de rentes. Dat verschil is nu met 2% historisch hoog. Nu het in Europa goed gaat en in Amerika de inflatie daalt zal dat verschil kleiner worden.' FD